26 april 2019

Wat ik leerde van mijn digitale detox tijdens 'April op stil'

Na een aantal gastlessen mediawijsheid organiseerde ik samen met een mbo-docent een project waarbij studenten én docenten een periode zonder smartphone door het leven zouden gaan. We noemen het april op stil. We organiseerden een kick-off en een afsluiting met een brainstorm. Het project eindigde met een live-uitzending van talkshow iepenUp over het thema (kijk hier terug). Ook ikzelf legde de smartphone aan de kant en verruilde hem voor een Nokia. Mijn persoonlijke bevindingen verwoordde ik in de onderstaande column die 25 april werd gepubliceerd in de Leeuwarder Courant en op www.lc.nl.

Wat ik leerde van 'April op stil'


‘Niet lezen aan tafel!’’, werd er naar mij geroepen als ik vroeger bij ons thuis me met blad, boek of krant in de hand bij de eettafel meldde. Mobieltjes bestonden toen nog niet.

Wie googelt op afbeeldingen met als zoekterm ‘people reading papers’ krijgt prachtige zwart-witplaatjes voorgeschoteld van rijen mensen met een grote krant voor hun snufferd. Het plaatje van krantenlezers in de trein verschilt niet zo gek veel van wat ik zie als ik met Arriva naar Groningen boemel. Alleen zijn de kranten schermen geworden.


De gevolgen van ons huidige smartphonegebruik zijn momenteel volop in onderzoek. Verontrustend waren de eerste resultaten die niet zo lang geleden tijdens het Wetenschapscafé van de RUG Campus Fryslân werden gepresenteerd door Regina van den Eijnden van de UU. Er zou zomaar eens een sociaal gestoorde, autistische generatie kunnen opgroeien. Gaat het die kant op of maken we ons nu net zo druk als vroeger over de koeien die van slag raakten van de stoomtrein en bij de komst van de televisie?

Tijdens ‘April op stil’ ervoer ik het zelf om tijdelijk uit de lucht te zijn. Van al die handige tools die je dagelijks gebruikt, zoals Google Maps, de onlinebankierenapp en snel iets opzoeken op Wikipedia. Allemaal te overzien. Je vraagt gewoon even iemand de weg of je kruipt achter de vaste computer.

De grootste schok voor mij was het afgesloten zijn van Whatsapp. Opeens hoorde je nergens meer bij. De groepsconversaties gingen door, zonder mij. Een uitnodiging voor een feestje ging rond, maar ik wist nergens van. Tuurlijk kon ik een sms’je versturen om familie te condoleren met het overlijden van hun hond, maar dat gaat echt zoveel makkelijker met een appje.

Inmiddels heb ik zelf allerlei maatregelen getroffen om grip te krijgen op het apparaat, in plaats van dat de smartphone mij in z’n macht heeft. Een dagelijks niet-storenprogramma en meldingen van vrijwel alle apps die uit staan. De brainstorm waarmee we ‘April op stil’ afgesloten, heeft ook weer nieuwe ideeën opgeleverd. Zoals: laad de telefoon overdag op, zodat hij ’s nachts niet naast het bed ligt te laden.

Je afzonderen met een boek, puzzel of scherm is van alle tijden. Blijkbaar hebben we het nodig om af en toe even af te haken en een andere wereld op te zoeken. Via de smartphone doen we dat dagelijks. Bovendien is het een handig apparaat, waarmee je gemakkelijk contacten onderhoudt en praktische zaken regelt. Tot zover niets aan de hand.

‘April op stil’ heeft mij bewust gemaakt van de dominante rol van het apparaat, in praktische en sociale zin. Het eerste deel, het praktische, vind ik niet verontrustend. Dat noemen we vooruitgang. Wat dat laatste betreft: laten we daar met elkaar afspraken over maken en uitspreken wat we wel of niet acceptabel vinden. Te beginnen met: ,,Geen telefoon aan tafel!’’




Geen opmerkingen: