23 april 2011

Whodunit

In een Nederlandse huiskamer vallen op een doordeweekse avond al gauw zo’n tien doden. Mannen en vrouwen die volledig overhoop gestoken, in mootjes gehakt, tot op het bot afgeknabbeld door ratten, fataal gespiesd door een ijspegel, beschoten, geslagen en geschopt aan hun einde komen. Om over de gruwelijke vormen van misbruik en marteling met dodelijke afloop maar niet te spreken.

Gemiddeld drie avonden per week stem ik af op Veronica, RTL Whodunit of SBS waar de CSI’s, Law & Orders en Cold Cases aaneengeregen worden en laat ik onderuit gezakt de wreedheden over me heen komen. Een avondje ontspanning met één centrale vraag: wie heeft het gedaan, waarmee en waarom? In het klassieke whodunit-bordspel Cluedo is het dan: ‘Mevrouw Peaock met de kandelaar in de keuken’. In het Amerikaanse strafrecht draait het om ‘means, motive and opportunity’.

Een team dat aan een zaak werkt geeft geur en kleur aan de serie. Zo’n groep is meestal samengesteld op basis van een keurige mix van de Amerikaanse bevolkingsgroepen, hier en daar aangevuld met een leuk, gek mens zoals Penelope in ‘Criminal Minds’ en Abby in ‘NCIS’. Ze kunnen gebruikmaken van de meest gevanceerde technische snufjes. Ze dampen vingerafdrukken op, maken 3D-simulaties, bootsen de impact van wapens na, leggen letterlijk alles onder een vergrootglas, halen vingerafdrukken uit IAFIS en matchen dna via CODIS.

Als je wilt, kun je met gemak elke avond van de week vullen met inspecteurs, misdaadonderzoekers, strafpleiters en wetenschappers die van dood en verderf hun beroep hebben gemaakt. Het genre zelf gaat al meer dan een eeuw mee (Edgar Allen Poe wordt gezien als schepper, met zijn verhalen over C. Auguste Dupin) en detectives zijn altijd al een geliefd film- en televisiegenre geweest.

Te veel van iets is nooit goed. Dat leer je van jongs af aan. Een overdosis misdaad al helemaal niet. Bij de meest gruwelijke details slobber je rustig een glas rooibosthee weg. Je schiet in de lach als Horatio Caine van ‘CSI: Miami’ gebogen over een ontzield lichaam voor de zoveelste keer z’n zonnebril verschuift en zijn bezwerende stem opzet. De series zijn invuloefeningen. Ze hebben scenarioschrijvers die sjablonen vullen. Lijken als lopendebandwerk. Als liefhebber van het genre ben ik er eigenlijk wel een beetje klaar mee.

Nee, dan de klassieke ‘whodunit’, bij voorkeur van Britse makelij. De speurneus van dienst kraakt zijn hersens, wroet in levens, leest de menselijke psyche, verruimt zijn geest (Sherlock Holmes) en deduceert.

Veel meer dan om de gruwelijkheid van de misdaad zelf draait het om het oplossen van het raadsel. Zodat zelfs een onschuldig ogende oudere vrouw als Miss Marple of de exentrieke Hercule Poirot de dader weet aan te wijzen.

Een krimi zou moeten gaan om het oplossen van de puzzel en de weg ernaartoe. In dat licht is ‘Inspector Morse’ het vijfsterrencryptogram onder de whodunits en ‘CSI’ het driesterren Zweedse raadsel. Onderhoudend, maar niet uitdagend.

Misdaad als hap-snap-entertainment. Het voelt vreemd om dat op die manier te benoemen in de maand waarin mensonterende moorden en schietpartijen dicht bij huis keiharde werkelijkheid zijn.

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 23 april 2011
Een reactie plaatsen